Strafrechtelijke handhaving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom kan inhouden dat het bouwen, gebruik of slopen wordt gestaakt kantoor huren zeist dan wel dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen (art. lOOd Wonw).
Handhaving en rechtsopvolgers Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV van de Woningwet. Normaliter geldt een dergelijk kantoor huren roermond besluit alleen de overtreder, degene bijvoorbeeld die zonder bouwvergunning bouwt of degene die een bestaande woning in een toestand strijdig met het Bouwbesluit 2003 heeft laten komen. Zonder aparte bepaling geldt de aanschrijving niet voor de rechtsopvolgers en kunnen de kosten alleen bij de overtreder worden verhaald. Art. lOOe Wonw verschaft burgemeester en wethouders de mogelijkheid het handhavingsbesluit kantoor huren harderwijk jegens elke rechtsopvolger te laten gelden, ten uitvoer te leggen en bij hem de kosten van de tenuitvoerlegging en een te innen dwangsom in te vorderen.
Strafrechtelijke opsporing, vervolging en veroordeling hebben vooral zin bij overtredingen van de bouwregelgeving waarvan de gevolgen niet of moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt en waarbij de bestuursrechtelijke (gericht op herstel) sancties geen rol kunnen spelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het slopen van een bouwwerk in strijd met de voorschriften. Ook bij overtredingen met (mogelijk) ernstige gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid, waardoor de rechtsorde en kantoor huren barneveld de samenleving ernstig (kunnen) worden geschokt, ligt toepassing van het strafrecht voor de hand. Strafrechtelijke sanctionering wordt gezien als uiterste middel; bestuursrechtelijke handhaving verdient in het algemeen de voorkeur, zeker daar waar geen sprake is van verwijtbaarheid.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Burgemeester en wethouders wijzen ambtenaren aan die toezien op de naleving van de Wro (art. 7.2 Wro). Meestal zijn het de ambtenaren van Bouwen woningtoezicht die naast hun Woningwet-taken toezien op de naleving van de Wro-bepalingen. De handhavingstaak kantoor huren zeist blijft bij burgemeester en wethouders berusten, ook indien het provinciaal bestuur of een minister bijvoorbeeld gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheden om een inpassingsplan vast te stellen of een aanwijzing omtrent de inhoud van een bestemmingsplan te geven. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks hun voornemens bekend met betrekking tot de wijze kantoor huren roermond waarop in het komende jaar uitvoering zal worden gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro (art. 10.1 Wro). Jaarlijks doen ze verslag aan de gemeenteraad van de wijze waarop in het voorafgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving, alsmede van het door hen gevoerde beleid inzake kantoor huren harderwijk bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Burgemeester en wethouders zenden gelijktijdig met de aanbieding van het verslag aan de gemeenteraad een afschrift ervan aan de inspecteur.
Uit art. 10.1 Wro blijkt dat Gedeputeerde Staten en de minister van VROM vergelijkbare taken hebben.
4.7.2 Strafrechtelijke handhaving Bestuursrechtelijk handhaven is niet effectief tegen overtredingen met ernstige en onomkeerbare gevolgen, zoals het omzetten van natuurwetenschappelijk waardevol grasland in bouwland, het slechten van cultuurhistorisch waardevolle houtwallen of het afbreken van een monumentaal pand ten behoeve van kantoren. Bij dergelijke schendingen van de regels past strafrechtelijk kantoor huren barneveld optreden. Overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zijn strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten (WED). In de WED is de overtreding van voorschriften op het gebied van veel bestuursrechtelijke wetten als economisch delict aangemerkt. Als het economische delict opzettelijk is begaan, is het zelfs een misdrijf.
192 4 Wet ruimtelijke ordening
Volgens de WED wordt hij die opzettelijk bijvoorbeeld een regel bij een bestemmingsplan overtreedt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, taakstraf of geldboete van de vierde categorie – dat wil zeggen (in 2008) maximaal €18.500. Zie daarvoor art. 23 van het Wetboek van Strafrecht en art. 2 lid 1 jo. art. 6 lid 1 ten 2° en slot WED. Indien de ‘winst’ door het economisch delict hoger is dan een kwart van deze geldboete, kan een verhoging worden opgelegd tot een maximum geldboete van de vijfde categorie (€7 4.000). In geval de overtreding niet opzettelijk geschiedt, wordt zij bestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van de vierde categorie.

Gedeputeerde Staten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Er wordt niet overgegaan tot het geven van de aanwijzing dan na overleg met burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten en niet eerder dan vier weken nadat de Tweede Kamer in kennis is gesteld van het kantoor huren zeist voornemen tot het nemen van het besluit. De betrokken minister kan ook in dit geval verklaren dat een bestemmingsplan door de gemeente wordt voorbereid. Een door de minister vastgesteld voorbereidingsbesluit wordt gelijkgesteld met een door de gemeenteraad vastgesteld voorbereidingsbesluit (art. 4.4 lid 3 Wro). Op de voorbereiding van een besluit tot aanwijzing is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er kan dus geen Awb-bezwaarschrift worden ingediend. Beroep kantoor huren roermond staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De aanwijzing moet ook in dit geval zo concreet zijn dat het om een bepaalde aangegeven locatie gaat, waarvan geen afwijking mogelijk is (art. 8.2 lid 1 onder f Wro).
Een bestemmingsplan of andere besluiten op grond van de Wro, kan schade (planschade) veroorzaken. Subparagraaf 4.6.1 behandelt de tegemoetkoming die een belanghebbende in bepaalde gevallen kan verkrijgen. Subparagraaf 4.6.2 gaat in op een kostenvergoeding die de gemeente kan verkrijgen indien de gemeente ten behoeve van een ander kantoor huren harderwijk bestuursorgaan het bestemmingsplan e.d. moet aanpassen. Subparagraaf 4.6.3 behandelt subsidie die de minister van VROM kan geven om te stimuleren dat het nationaal ruimtelijk beleid of de door het Rijk opgelegde regels ten aanzien van (onder meer) bestemmingsplannen, worden uitgevoerd. Grondexploitatie komt aan de orde in subparagraaf 4.6.4. Door grondexploitatie wordt verzekerd dat ook functies in een bestemmingsplan die geen geld opbrengen, gerealiseerd kantoor huren barneveld kunnen worden. De gemeente is vrij in het sluiten van grondexploitatieovereenkomsten om het doel te bereiken. Slaagt de gemeente niet of wil zij geen grondexploitatieovereenkomst, dan moet de gemeente een grondexploitatieplan vaststellen. Het exploitatieplan is gebonden aan de regels van de Wro en het Bro.

Wet ruimtelijke ordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een aanlegvergunningsstelsel kan bijvoorbeeld worden ingesteld ter bescherming van: uiterwaarden, waarvan het landschap zeer wordt gewaardeerd en een hoge natuurwaarde heeft; terpen en verhoogde kantoor huren zeist huisplaatsen (cultuurhistorische waarde); grondwater, tegen grondwerkzaamheden op grote diepten en tegen vervuiling door meststoffen; de natuurwetenschapp . elijke betekenis van sloten die van landschappelijke betekenis zijn; dempen van de sloten mag alleen met een aanlegvergunning; grasland, waardoor.scheuren en diepploegen kunnen worden tegengegaan, alsmede het aanbrengen van verhardingen, zoals kavelpaden; het open kantoor huren roermond karakter en de visuele herkenbaarheid van het landschap, waardoor bebossing voor houtproductie kan worden tegengegaan; de stedenbouwkundige karakteristieke en monumentale waarde van de Amsterdamse grachtengordel, waardoor geheel en gedeeltelijk slopen kan worden tegengegaan.
Een sloopvergunning (art. 3.3 Wro) kan bijvoorbeeld verplicht worden gesteld in een stadsvernieuwingswijk waar het ongewenst is dat panden gesloopt worden, waardoor open gaten in het straatbeeld ontstaan kantoor huren harderwijk en het leefklimaat verslechtert.
Ook in een inpassingsplan van de provincie (art. 3.26 lid 2 Wro) of van het Rijk (art. 3.28 lid 2 Wro) kan een aanleg- of sloopvergunningsstelsel worden opgenomen. Bij een voorbereidingsbesluit mag een aanleg- of sloopvergunningsstelsel worden opgenomen, maar dan om te voorkomen dat een daarbij aangewezen gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming (art. 3.7 lid 3 Wro). Bij een beheersverordening mag een aanleg- of sloopvergunningsstelsel worden opgenomen, maar dan om overeenkomstig de verordening bestaand gebruik te handhaven en te beschermen (art. 3.38 lid 3 Wro).
Aanlegvergunning Wil men de grond gebruiken op andere wijze dan door bouwvergunningplichtig bouwen, dan is er de toets achteraf, de repressieve toets. Voorbeelden van ander gebruik dan bouwen zijn: het verharden van een terrein, het storten van afval, het gebruiken als wedstrijdcircuit. Tegen gebruik dat niet-bouwen betreft en dat in strijd is met het kantoor huren barneveld bestemmingsplan, kan in principe pas worden opgetreden nadat het geconstateerd is en bestuursdwang is aangezegd. Opgemerkt wordt dat het bouwen en gebruik dat valt onder het Bblb altijd is toegestaan, ook al is het in strijd met bestemmingsplanbepalingen. Om te voorkomen dat grond minder geschikt wordt voor het verwezenlijken van een bestemming of om een verwezenlijkte bestemming te handhaven, kan bij het bestemmingsplan worden bepaald dat een aanlegvergunning nodig is (art. 3.3 Wro).

In een acute situatie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In een acute situatie kan het gebied worden beschermd met een voorbereidingsbesluit (art. 3.7 Wro, zie subparagraaf 4.2.2) waaraan regels kunnen worden verbonden bij wijze van excessenregeling. Om te voorkomen dat kantoor huren zeist het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming, kan bij het voorbereidingsbesluit tevens worden bepaald dat het verboden is binnen dat gebied zonder of in afwijking van een vergunning werken of werkzaamheden uit te voeren, het gebruik van bepaalde gronden of bouwwerken te wijzigen, of bouwwerken te slopen (zie subparagraaf 4.2.4). Daarmee kan worden voorkomen dat bijvoorbeeld woningen worden opgekocht, afgebroken kantoor huren roermond en vervangen door gebouwen met een ongewenste functie. Indien binnen een jaar – de geldingsduur van een voorbereidingsbesluit – een ontwerp-bestemmingsplanwijziging ter inzage is gelegd, waarin deze regels en regels omtrent het verdere beheer van het opgeschoonde gebied zijn opgenomen, kan de excessenregeling worden gecontinueerd totdat het herziene bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. Op deze wijze kunnen ongewenste ontwikkelingen, zoals verloedering, in een gebied worden gestuit en voor de toekomst worden voorkomen. Ook kan ruimte worden geboden aan andere, wel kantoor huren harderwijk gewenste ontwikkelingen.
Globaal en flexibel bestemmingsplan Bestemmingsplannen regelen wat toelaatbaar is in een gebied. Een goede ruimtelijke ordening kan het nodig maken heel gedetailleerd te regelen wat, waar en in welke vorm wordt gebouwd. In monumentale beschermde dorpsgezichten zal zo’n regeling nodig zijn. In andere gebieden, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, kan meestal meer vrijheid worden gelaten en zal er behoefte zijn aan een globaler bestemmingsplan. Bij globale bestemmingsplannen kantoor huren barneveld kan het gewenst zijn om na de vaststelling van de kaders in het plan later te beoordelen waar welke ontwikkelingen plaats kunnen vinden: sturing vindt dan plaats door het bestemmingsplan uit te werken of door nadere eisen (beperkingen) te stellen. Verder kan het nodig zijn flexibiliteit in te bouwen door na vaststelling van het plan voor bepaalde ontwikkelingen ruimte te scheppen door ze mogelijk te maken na een ontheffing of na een wijziging van het plan binnen de in het plan genoemde kaders.

Algemene belangen van wets- en rechtshandhaving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Appellanten hebben omtrent de bepaling van de hoogte van de dwangsom naar voren gebracht dat de in geding zijnde algemene belangen van wets- en rechtshandhaving en het algemene belang van het voorkomen van precedenten niet op geld waardeerbaar zijn. Daarom is als kantoor huren zeist uitgangspunt gekozen dat ten minste het geschatte financiële voordeel dat Caris heeft bij het voortduren van de illegale bewoning dient te worden weggenomen, hetgeen de Afdeling, in het onderhavige geval niet onaanvaardbaar acht. Voor de vaststelling van de bedragen hebben appellanten aansluiting gezocht bij de kosten die Caris zou maken als hij met zijn gezin een pension zou moeten betrekken, waarbij het maximum van de dwangsom is gerelateerd aan de prijs van een koopwoning in de gemeente Maasbracht. De per kantoor huren roermond dag te verbeuren dwangsom is daarbij gesteld op het dubbele van het bedrag aan pensionkosten. De Afdeling ziet, gelet op het vorenstaande geen grond voor het oordeel dat appellanten niet in redelijkheid de hoogte van de dwangsom hebben kunnen vaststellen op de in de aanschrijving genoemde bedragen. Hetgeen naar voren is gebracht omtrent de financiële positie van Caris maakt dat niet anders. (ABRvS 19 september 1996, nr. HOl .95.0638, BR 1997, 228) Noot: het in dit voorbeeld genoemde art. 1 36 lid 2 is vervallen per 1 januari 1998.
Wanneer het opleggen kantoor huren harderwijk van een dwangsom niet het beoogde effect heeft (de dwangsom wordt betaald, maar de overtreding wordt niet ongedaan gemaakt), is het bestuursorgaan bevoegd om alsnog bestuursdwang toe te passen. Daarvoor is echter nodig dat eerst het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt ingetrokken, aldus art. 5:31 Awb.
Een verbeurde dwangsom komt toe aan de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort dat de dwangsom heeft vastgesteld. Het bedrag kan bij dwangbevel worden ingevorderd, aldus art. 5:33 Awb.
Net als bij bestuursdwang dient het besluit tot het opleggen van een dwangsom aan de overtreder en de derdebelanghebbende schriftelijk te kantoor huren barneveld worden medegedeeld. Voor de rechtsbescherming biedt dit dezelfde mogelijkheden als bij bestuursdwang, dat wil zeggen: de normale rechtsbeschermingsmogelijkheden van de Awb staan open.

Onderscheid in bestuurshandelingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Onderscheid in bestuurshandelingen en rechtsbeschermingsmogelijkheden In subparagraaf 3.1.4 geeft figuur 3.1 een schematisch onderscheid tussen de diverse soorten bestuurshandelingen. Deze onderscheidingen zijn van belang, omdat niet voor elke bestuurshandeling dezelfde rechtsbeschermingsmogelijkheden flexplek huren amsterdam zuidas gelden. Vermeld is al dat bij privaatrechtelijke handelingen en feitelijke handelingen van de overheid de burgerlijke rechter bevoegd is. Deze vorm van rechtsbescherming is wezenlijk anders dan de rechtsbescherming door de administratieve rechter. Een burgerlijk proces wordt gevoerd tegen de overheid als rechtspersoon, bijvoorbeeld de gemeente. Een administratief proces wordt altijd gevoerd flexplek huren amsterdam wtc tegen een bestuursorgaan van de overheid, bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders.
Uitgangspunt voor de rechtsbescherming ingevolge de Awb is dat alleen tegen besluiten in de zin van art. 1:3 Awb, die afkomstig zijn van bestuursorganen in de zin van art. 1:1 Awb, bezwaar en beroep mogelijk is. Daar moet nog aan worden toegevoegd dat niet iedereen dat recht toekomt, maar alleen aan een belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb. Niettemin zijn er zowel binnen de Awb als daarbuiten (in bijzondere wetten) zowel uitbreidingen als beperkingen aan dit begrip ‘besluit’ gegeven.
Besluiten als bedoeld in art. 1 :3 Awb Zoals reeds aangegeven, vallen binnen het flexplek huren hilversum begrip ‘besluit’ van de Awb zowel besluiten van algemene strekking (zoals plannen, verordeningen en beleidsregels) als beschikkingen. Belangrijk in dit verband is art. 6:2 Awb. Deze bepaling geeft een verbreding van het begrip ‘besluit’ uit art. 1:3 Awb. Art. 6:2 Awb luidt namelijk: ‘Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld: a de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en b het niet tijdig nemen van een besluit.’
Het onder b vermelde wordt ook wel een fictief besluit genoemd. Tegen dergelijke besluiten is flexplek huren dordrecht volgens deze bepaling Awb-bezwaar en -beroep mogelijk.
•Voorbeeld De in de Awb opgenomen termijn om op een aanvraag een beslissing te nemen bedraagt acht weken (art. 4:13 Awb). Wanneer na acht weken nog geen beslissing is genomen, is er een zogenoemd fictief besluit genomen. Tegen een dergelijk besluit kan bezwaar en beroep worden aangetekend.

Het vorenoverwogene

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het vorenoverwogene leidde de Afdeling tot de slotsom dat tegen het besluit van 20 november 1995 op grond van art. 8:1 lid 1 Awb geen beroep bij de bestuursrechter kon worden ingesteld en dat daartegen op grond van art. 7:1 lid 1 Awb evenmin bezwaar kon worden gemaakt. Het flexplek huren amsterdam zuidas vorenstaande neemt niet weg dat, zoals de Afdeling onder meer had overwogen in haar uitspraak van 1 7 augustus 1995 (inzake nr. HOl .95.0109, Bouwrecht 1995, blz. 846), een beslissing op een bezwaarschrift als zodanig een besluit is, waartegen beroep bij een bestuursrechter kan worden ingesteld, daargelaten of deze rechter ook bevoegd is kennis te nemen van een beroep tegen het primaire besluit. De bestuursrechter dient in het kader van een dergelijk beroep te onderzoeken flexplek huren amsterdam wtc of het betrokken bestuursorgaan bij het nemen van de beslissing op bezwaar tot een juist oordeel over de ontvankelijkheid van de bezwaren is gekomen. In dat verband speelt de vraag of het primaire besluit voor beroep vatbaar was, wel een rol. Ingevolge het stelsel van afdeling 7 .1 Awb is de mogelijkheid om een bezwaarschrift als bedoeld in art. 7:1 lid 1 Awb in te dienen, alleen gegeven in de gevallen waarin zonder het bepaalde in dat artikellid beroep bij de bestuursrechter zou openstaan. Indien dit laatste niet het geval is, kan een bij de bestuursrechter ingesteld beroep niet leiden tot een beoordeling van de zaak ten gronde. De bestuursrechter kan dan niet verder gaan dan het constateren dat het ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Uit het vorenoverwogene volgde dat appellant het tegen het besluit van 20 november 1995 ingediende bezwaarschrift terecht, zij het op onjuiste gronden, niet-ontvankelijk had verklaard. Derhalve kwam de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende hetgeen de rechtbank flexplek huren hilversum zou behoren te doen, verklaarde de Afdeling het inleidende beroep alsnog ongegrond. Gelet op art. 8:71 Awb merkte de Afdeling op dat Van Vlodrop BV zich tot de burgerlijke rechter kon wenden terzake van de schadevergoeding die zij van appellant had gevorderd. (ABRvS 6 mei 1997, nr. HOl .96.0578/QOl)
Conclusie uit deze zeer belangwekkende uitspraak: een besluit op een verzoek om vergoeding van schade die is veroorzaakt binnen het kader van de flexplek huren dordrecht uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, is geen rechtshandeling naar burgerlijk recht, maar een besluit ex art. 1:3 Awb. Wil een dergelijk besluit vatbaar zijn voor beroep op de bestuursrechter, dan moet ook tegen het schadeveroorzakende besluit rechtstreeks beroep openstaan bij de bestuursrechter.

Het waterschap

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het waterschap is een vorm van functioneel bestuur. Daarom wordt het waterschapsbestuur anders samengesteld dan de besturen van provincies en gemeenten. Deze laatste overheden hebben in beginsel een onbepaalde taak. Het waterschap heeft één bepaalde taak: de flexplek huren amsterdam zuidas waterstaatkundige verzorging van een gebied. Dit functionele karakter van het waterschap heeft gevolgen voor de inrichting van het bestuur en de financiën: zij die een belang hebben dat rechtstreeks afhankelijk is van de taakuitoefening van een waterschap, moeten betalen voor wat het waterschap doet en krijgen daar zeggenschap over de besteding van het belastinggeld voor terug. De financiële en bestuurlijke flexplek huren amsterdam wtc structuur van een waterschap is in de wet ingericht volgens het beginsel ‘belang-betaling-zeggenschap’. Er bestaat dus een onverbrekelijk verband tussen de vertegenwoordiging in het bestuur en het meebetalen van de kosten.
De categorieën belanghebbenden zijn (art. 11 lid 2 Wschw): de zakelijk gerechtigden tot ongebouwde onroerende zaken (bijvoorbeeld eigenaren van cultuurgronden); degenen die krachtens een door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst het gebruik hebben van ongebouwde onroerende zaken (pachters); de zakelijk gerechtigden tot gebouwde onroerende zaken (huiseigenaren); de ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats hebben in het gebied van het waterschap (inwoners); degenen die op grond van een zakelijk of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte flexplek huren hilversum (fabrieken en dergelijke).
Omdat de belangen niet voor alle categorieën gelijk zijn, heeft dit gevolgen voor het aandeel in de kosten en het aantal bestuurszetels. Hoe meer belang, hoe hoger het aandeel in de kosten en hoe groter de zeggenschap flexplek huren dordrecht in het bestuur. Bij de verkiezingen van het waterschapsbestuur gaat de Wschw voor de categorieën ‘gebouwd’ en ‘ingezetenen’ uit van directe verkiezingen. Voor de categorie ‘bedrijfsgebouwd’ gelden altijd indirecte verkiezingen. De provincie bepaalt hoe de zetels over de diverse categorieën worden verdeeld.

De Wet algemene bepalingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In de Wet algemene bepalingen van 15 mei 1828 staan enkele beginselen over de wetgeving. Bijvoorbeeld in art. 4, waaruit blijkt dat een wet geen terugwerkende kracht heeft, en in art. 5 dat een wet alleen door flexplek huren amsterdam zuidas een latere wet zijn kracht kan verliezen. Hierbij moet worden aangetekend dat de Wet algemene bepalingen ook een gewone wet is. Dit betekent dat andere wetten hiervan kunnen afwijken. Het komt dan ook regelmatig voor dat aan wetten terugwerkende kracht wordt verleend. In het algemeen is dit ook geen probleem wanneer de burgers hierdoor in een meer gunstige positie komen te verkeren, bijvoorbeeld door een belastingverlaging die met terugwerkende kracht wordt ingevoerd. Alleen bij strafwetten is dit absoluut niet toegestaan. Deze flexplek huren amsterdam wtc mogen alleen gelden vanaf de datum van bekendmaking voor de toekomst.
Initiatiefwetsontwerp Bij de beschrijving van de taak van het parlement als medewetgever (zie subpar. 2.2.5) is aangegeven dat de Tweede Kamer der Staten-Generaal het recht van initiatief heeft (art. 82 Gw). Dit wil zeggen dat ook de Tweede Kamer het recht heeft om voorstellen van wet in te dienen. De procedure die zo’n wetsontwerp doorloopt, wijkt enigszins af van de hiervoor beschreven procedure voor een door de regering ingediend wetsontwerp. Een initiatiefwetsontwerp wordt ingediend door één of meer Kamerleden. Dit voorstel doorloopt de procedure van behandeling in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, zoals hiervoor is beschreven. Na flexplek huren hilversum aanneming in de Eerste Kamer volgt behandeling van de aangenomen wet in de ministerraad en wordt advies gevraagd aan de Raad van State. Vervolgens wordt de wet bekrachtigd door de Koning. Dan volgt de publicatie in het Staatsblad en de inwerkingtreding. De regering kan een dergelijk initiatiefwetsontwerp niet intrekken: de regering heeft het ontwerp immers niet ingediend. Wanneer de regering niet
44 2 Staatsrecht algemeen
wenst dat een initiatiefwetsontwerp wet wordt, dan rest de regering geen andere mogelijkheid dan de bekrachtiging van het wetsontwerp te weigeren.
Wijziging van de Grondwet Om de Grondwet te wijzigen, moet de wetgever een verzwaarde procedure volgen (art. 137 e.v. Gw). Het parlement moet er twee keer en in gewijzigde samenstelling zijn oordeel over geven. Er vinden dus twee zogenoemde lezingen plaats. In eerste instantie is een normale meerderheid voldoende en kan de Tweede Kamer zijn recht van amendement uitoefenen. Na de eerste lezing vindt ontbinding van beide Kamers plaats en worden verkiezingen gehouden. Daarna volgt opnieuw behandeling van de Grondwetswijziging. Bij flexplek huren dordrecht deze behandeling van de Grondwetswijziging ‘in tweede lezing’ kunnen er geen amendementen meer worden ingediend en is in beide Kamers een gekwalificeerde meerderheid nodig van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen. Vervolgens wordt de wijziging in het Staatsblad geplaatst en volgt inwerkingtreding. Pas daarna is een Grondwetswijziging een feit.
Algemene maatregelen van bestuur Het proces van wetgeving is tijdrovend. Het duurt soms enkele jaren voordat een wet tot stand is gebracht. Wetgeving is dan ook niet het meest geschikte instrument om ontwikkelingen in de maatschappij op de voet te volgen of vorm te geven aan deze ontwikkelingen. AMvB’s zijn daarvoor een meer geschikt instrument, omdat de totstandkomingsprocedure veel korter is dan die van een formele wet.