De uitspraak van de rechtbank

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Als hoofdregel bepaalt art. 8:1 Awb dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank. Daaraan voorgaand dient hij volgens art. 7:1 Awb een bezwaarschrift in te dienen bij het kantoorruimte huren amsterdam zuidas bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Art. 37 Wet op de Raad van State bepaalt ten slotte dat tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit is de normale gang van zaken bij een bezwaar- en beroepsprocedure ingevolge de Awb. Hieraan moet worden kantoorruimte huren amsterdam wtc toegevoegd dat deze procedure slechts geldt wanneer in een bijzondere wet geen afwijkende regeling is getroffen voor administratief beroep of administratieve rechtspraak. Art. 8:6 Awb omschrijft dit als volgt:
‘l Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit waartegen beroep bij een andere administratieve rechter kan of kon worden ingesteld. 2 Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit waartegen administratief beroep kan worden ingesteld of door de belanghebbende kon worden ingesteld.’
Het eerste lid heeft tot gevolg dat een gespecialiseerde administratieve rechter die is aangewezen in een bijzondere wet, voorrang heeft boven de rechter ingevolge de Awb, en dat de Awb-procedure niet meer ter beschikking staat indien de beroepstermijn ongebruikt is kantoorruimte huren hilversum verstreken. Het tweede lid heeft tot gevolg dat administratief beroep voorrang heeft boven de rechter ingevolge de Awb, en dat de Awb-procedure niet meer ter beschikking staat indien de beroepstermijn ongebruikt is verstreken.
De normale Awb-procedure tegen een besluit ziet er samengevat als volgt uit: 1 bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen; 2 beroep bij de rechtbank nadat de beslissing op het bezwaarschrift kantoorruimte huren dordrecht bekend is gemaakt; 3 hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State na bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank.

Zorgvuldigheidsbeginsel

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn, evenals de algemeen verbindende voorschriften, toetsingsgronden waaraan de rechter overheidshandelingen toetst. Handelt een overheid in strijd met een van kantoorruimte huren amsterdam zuidas de beginselen, dan is dat een reden voor de rechter om het overheidsbesluit te vernietigen.
Art. 3:2 Awb bepaalt dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen kantoorruimte huren amsterdam wtc belangen. Dit beginsel wordt het zorgvuldigheidsbeginsel genoemd. De overheid dient volledig inzicht te hebben in alle bij een besluit betrokken belangen. Dat is nodig omdat de Awb eist dat deze belangen tegen elkaar worden afgewogen, zeker wanneer de betrokken belangen tegengesteld aan elkaar zijn. Met name speelt deze belangenafweging een rol in aangelegenheden waarin de overheid de vrijheid heeft om te beslissen zoals haar goeddunkt. Indien daarentegen wettelijke voorschriften een bepaalde beslissing dwingend opleggen, is voor een belangenafweging geen plaats.
3.1 Algemene wet bestuursrecht 89
•Voorbeeld De memorie van toelichting bij de Awb noemt het volgende voorbeeld. Als kantoorruimte huren hilversum een verordening voorschrijft dat een vergunning slechts kan worden geweigerd in het belang van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater, volgt daaruit dat andere belangen dan de bescherming van de grondwaterkwaliteit niet in negatieve zin bij de beslissing op de aanvraag een rol mogen spelen. Wel dienen andere belangen in de afweging te worden betrokken als zij in positieve zin gewicht in de schaal kunnen leggen.
Art. 3:4 Awb bepaalt dat de af te wegen belangen rechtstreeks bij het besluit betrokken kantoorruimte huren dordrecht moeten zijn. Dit houdt in dat geen rekening hoeft te worden gehouden met belangen die met het besluit slechts een zeer verwijderd verband hebben. De belangenafweging is verder beperkt doordat art. 3:4 Awb bepaalt ‘voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit’.

Drank- en Horecawet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Drank- en Horecawet
Achtereenvolgens komen aan de orde het doel en de instrumenten van de Drank- en Horecawet, en de relatie met andere wetten.
10.1.1 Doel van de wet
De Drank- en Horecawet heeft kantoorruimte huren amsterdam zuidas tot doel regels te stellen voor het verstrekken van alcoholhoudende drank uit sociaalhygiënisch en uit sociaaleconomisch oogpunt.
10.1.2 Instrumenten
Om het doel te bereiken zijn in de Drank- en Horecawet de volgende instrumenten opgenomen: a kantoorruimte huren amsterdam wtc vergunningen; b ontheffingen; c inrichtingseisen.
Daarnaast gelden de volgende bepalingen. Tappen en slijten is verboden (art. 21 Drank- en Horecawet) als redelijkerwijze vermoed moet worden dat dit tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal kantoorruimte huren hilversum leiden. De gemeentelijke verordening kan bepalen dat het in de gemeente of in delen daarvan verboden is inrichtingen te exploiteren (art. 23 Drank- en Horecawet). Deze beperking van de exploitatiemogelijkheid kantoorruimte huren dordrecht kan voor een bepaalde tijd gelden. In een inrichting mogen geen personen jonger dan 16 jaar in dienst zijn gedurende de openstelling voor het publiek (art. 24 Drank- en Horecawet).

Beroep bij de rechter

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Termijn indienen beroepschrift De termijn voor het indienen van een beroepschrift, evenals voor een bezwaarschrift, bedraagt zes weken (art. 6:7 Awb). Deze kantoorruimte huren amsterdam zuidas termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (art. 6:8 lid 1 Awb). De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder kantoorruimte huren amsterdam wtc wie begrepen de aanvrager (art. 3:41 lid 1 Awb). Indien een besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 en zienswijzen zijn ingediend, vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd (art. 6.8 lid 4 Awb). Degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht, krijgen een exemplaar van het besluit toegezonden (art. 3:44 lid 1 onder b Awb). Wel of niet afdeling 3.4-procedure Het bestuursorgaan moet de 3.4-procedure toepassen kantoorruimte huren hilversum als dat is voorgeschreven – zoals bij de aanvraag milieuvergunning- het bestuursorgaan kan er bij het nemen van besluiten ook voor kiezen (art. 3:10 lid 1 Awb). Tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb kan geen bezwaarschrift worden ingediend (art. 7:1 lid 1 onder d Awb). In die gevallen kan dus direct beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de andere besluiten moet eerst een bezwaarschrift worden ingediend.
Ook voor beroepen tegen besluiten op grond van de Wm geldt de belangrijke regel kantoorruimte huren dordrecht van art. 6:13 Awb: geen beroep bij de administratieve rechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in art. 3:15 naar voren heeft gebracht (dus bij toepassing van de afdeling 3.4 Awb-procedure); geen bezwaar heeft gemaakt; of geen administratief beroep heeft ingesteld.

Het vergunningverlenend gezag

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het vergunningverlenend gezag kent volgens de Wet milieubeheer de schadevergoeding toe bij beschikking. De minister doet dat bij schade ten gevolge van AMvB’s en ministeriële regelingen, Gedeputeerde Staten bij de provinciale milieuverordening. Het Rijk vergoedt aan kantoor huren amsterdam zuidas gemeenten en provincies de uitgekeerde bedragen, tenzij de minister niet met de toekenning instemt. De minister heeft zijn beleid inzake het instemmen in een circulaire kenbaar gemaakt. De minister let onder andere op het kantoor huren amsterdam wtc aspect oorzaak-gevolg: is de geleden schade werkelijk het gevolg van de milieumaatregel? Verder toetst de minister het bedrijf aan doelmatigheidscriteria en vergelijkt hij de concurrentiepositie. De minister meent dat ten minste 20% van de schade voor rekening van de ondernemer hoort te komen.
9.10.3 Statiegeld en retourpremie
Veel afval wordt veroorzaakt doordat verpakkingen of producten worden weggegooid hoewel die herbruikbaar zijn. Bij AMvB kan een verplichting worden kantoor huren hilversum opgelegd aan mensen die verpakkingen of producten in Nederland op de markt brengen om daarvoor een statiegeldsysteem in te voeren of de producten terug te nemen na betaling van een retourpremie (art. 15.32 Wm).
9.10.4 Heffingen
Art. 15.33 Wm is de basis voor de gemeentelijke afvalstoffenheffing. Die mag geheven worden van degenen die gebruikmaken van een perceel waarvoor de kantoor huren dordrecht gemeente de plicht heeft huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
9.10.5 Rechten
Met betrekking tot beschikkingen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens de Wm worden geen rechten (leges) geheven (art. 15.34a Wm).

Een gekwantificeerd doelvoorschrift

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ten behoeve van de flexibiliteit kan een drijver van een inrichting ook een andere maatregel treffen, die vervolgens wordt getoetst aan een gekwantificeerd doelvoorschrift.
Naast de gekwantificeerde doelvoorschriften en erkende maatregelen zijn in het Ab en de ministeriële regeling ook maatregelen kantoor huren amsterdam zuidas opgenomen een die met het oog op de bescherming van het milieu zodanig van belang zijn, dat ze verplicht moeten worden toegepast. Deze maatregelen worden aangeduid met verplichte maatregelen. Daar waar het opnemen van een gekwantificeerd doelvoorschrift niet mogelijk was of waar toetsing aan kantoor huren amsterdam wtc een gekwantificeerd doelvoorschrift niet op een eenvoudige wijze mogelijk was, zijn verplichte maatregelen opgenomen. In het Ab wordt in dat geval bij de desbetreffende activiteit aangegeven voor welke onderwerpen en milieuaspecten verplichte maatregelen gelden. Wanneer deze verplichte maatregelen de vorm van een middelvoorschrift hebben, zijn deze in het algemeen in de ministeriële kantoor huren hilversum regeling opgenomen. Indien verplichte maatregelen zijn opgenomen, biedt het Ab wel de ruimte voor het toepassen van alternatieve, aan een verplichte maatregel gelijkwaardige maatregelen. In dat geval is er wel voorafgaande toestemming van kantoor huren dordrecht het bevoegd gezag vereist, waarbij de drijver van de inrichting moet aantonen dat de maatregel voldoet.

Militaire bases en centra

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bevoegd gezag
Volgens art. 8.2 Wm beslissen burgemeester en wethouders op de aanvraag milieuvergunning tenzij bij AMvB is bepaald dat Gedeputeerde Staten of de minister van VROM dat moet( en) doen. In het Inrichtingen- en kantoor huren amsterdam zuidas vergunningenbesluit milieubeheer (IVB) staat art. 3.1, dat naar bijlage I bij het besluit verwijst, waarin per categorie inrichtingen staat aangegeven of Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn. Het gaat daarbij om inrichtingen die uit het oogpunt van milieubescherming van relatief groot belang zijn, in het algemeen doordat het bedrijf een motorisch vermogen, een productie, productiecapaciteit- of kantoor huren amsterdam wtc productieoppervlak heeft dat groter is dan een bepaalde maat.
9 .5 Vergunningen voor inrichtingen 365
• Voorbeeld Hoogovens (Corus) en DSM zijn bedrijven waar grote hoeveelheden stoffen worden verwerkt en geproduceerd en waarvan de milieueffecten ver over de gemeentegrens heen gaan.
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd op grond van art. 107 Provw bevoegdheden te kantoor huren hilversum delegeren ‘voor zover die bevoegdheden zich naar hun aard en schaal daartoe lenen.’ Daaronder kan dus ook de bevoegdheid op grond van de Wet milieubeheer en het IVB behoren tot het beschikken op aanvragen milieuvergunning.
Als een inrichting in meer dan één gemeente ligt of zal liggen, moeten burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting zich in hoofdzaak bevindt, beslissen op een aanvraag (art. 8.2 lid 1 Wm).
Art. 3.2 IVB verwijst naar bijlage II, die elf categorieën inrichtingen opsomt waarvoor de minister het bevoegd gezag is.
• Voorbeeld Militaire bases en centra, maar ook laboratoria bestemd voor het ontwikkelen en beproeven van genetisch gemodificeerde kantoor huren dordrecht organismen, vallen onder bijlage ll.
De minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd te beslissen op de aanvragen voor inrichtingen die behoren tot een categorie die in bijlage 1 is aangewezen en die liggen op of in de territoriale zee op een plaats die niet deel uitmaakt van een gemeente of provincie (art. 3.3 lid 1 IVB).

Het Besluit milieu-effectrapportage

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een MER voor een besluit
De plicht tot het maken van een Milieueffectrapport (MER) berust op hoofdstuk 7 Wm: Milieueffectrapportage, een regeling die steunt op een Europese richtlijn en die de EU-lidstaten in nationale wetgeving moeten winkel huren amsterdam zuidas opnemen.
Milieueffectrapportage (m.e.r.) is mede een instrument om het milieubeleid te realiseren.
In de bijlage, onderdeel C (kolom 1) van het Besluit milieu-effectrapportage worden de activiteiten aangegeven die belangrijke nadelige gevolgen kunnen winkel huren amsterdam wtc hebben voor het milieu. Daarbij worden in kolom 4 een of meer besluiten van bestuursorganen tot het verrichten van die activiteiten aangewezen, bij de voorbereiding waarvan een MER moet worden gemaakt (art. 7.2 Wm).
352 9 Wet milieubeheer
• Voorbeeld Onder nummer 27.2 staat in onderdeel C van de bijlage behorende bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994:
Kolom 1 Kolom 2 Kolom winkel huren hilversum J Kolom4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten
27.2 De wijziging van het (streef-)peil in: In gevallen Het plan, Het peila. het Veerse Meer, waarin de bedoeld in besluit op b. de Grevelingen, activiteit art.3en5 grond van c. het Haringvliet, of betrekking van de Wet art. 16van d. het IJsselmeer, het Markermeer heeft op op de water- de Wet op de en de randmeren. wijziging van huishouding. waterhuis16 centimeter houding of meer.
Dat wil zeggen dat voordat een peilbesluit wordt genomen voor een wijziging van 16 centimeter van het streefpeil in bijvoorbeeld het Veerse Meer tevoren een MER moet worden gemaakt.
Voorbeelden van andere MER-plichtige besluiten zijn: het besluit tot vaststelling van het tracé door het provinciaal bestuur of het gemeentebestuur ten behoeve van de aanleg van een weg, bestaande uit vier of meer rijstroken, als de weg een tracélengte van 1 0 kilometer of meer heeft; de vaststelling van het tracé door de minister van Verkeer en Waterstaat, het provinciaal bestuur of het gemeentebestuur winkel huren dordrecht voor de aanleg van een boven-of ondergrondse spoorweg, vrij liggende busbaan, zweefspoor of andere bijzondere constructie; de vaststelling van een landinrichtingsplan voor de inrichting van het landelijk gebied in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging in de natuur, recreatie of landbouw met een oppervlakte van 250 hectare of meer; het vaststellen van een uitwerkingsplan op grond van art. 3.6 Wro in gevallen waarin het bouwen van woningen betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en het 2 000 of meer woningen omvat buiten de bebouwde kom, of 4 000 of meer woningen omvat binnen de bebouwde kom;

De verdrogingbestrijding

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Rijksuitgangspunten voor de reconstructie Het Rijk geeft in een bijlage bij de wet aan welke punten in elk geval in de reconstructieplannen dienen te worden opgenomen. Deze bijlage staat inmiddels winkel huren amsterdam zuidas bekend onder de naam Rijks Uitgangspunten Nota (RUN). Volgens de RUN dienen de plannen in ieder geval het volgende te bevatten: Ruimte en vee. Reconstructieplannen voorzien in elk geval in de vorming van varkensvrije zones. Een varkensvrije zone is ten minste 1 000 meter breed. Milieu. Reconstructieplannen dienen rekening te houden met de ligging van winkel huren amsterdam wtc verzuringgevoelige gebieden. Tevens dient te worden aangegeven (kwalitatief en kwantitatief) welke maatregelen en voorzieningen worden getroffen voor de ammoniakemissie en depositie. Daarnaast dient te worden aangegeven op welke wijze voorzieningen worden getroffen ter reductie van fosfaatdoorslag en ter vermindering van de uitspoeling van nitraat. Water. In het reconstructieplan dient te worden aangeven winkel huren hilversum welke gebieden verdroogd zijn, of voor verdroging gevoelig zijn en in welke delen van deze gebieden maatregelen en voorzieningen worden getroffen, gericht op de verdrogingbestrijding, voorkoming van wateroverlast, beekherstel, het opheffen van riooloverstorten en de bescherming van het oppervlaktewater. Natuur, landschap en recreatie. Het reconstructieplan dient aan te geven welke bijdragen het levert aan herstel en aanleg van natuur, landschap en recreatie, de realisatie van de EHS en de winkel huren dordrecht instandhouding van de cultuurhistorie. Het dient de maatregelen en voorzieningen te beschrijven ter voorkoming van vestiging en ter beperking van de intensieve veehouderij in de begrensde reservaat- en natuurontwikkelingsgebieden en de bestaande bos- en natuurgebieden, inclusief de gewenste verplaatsing of beëindiging van intensieve veehouderijen in de betreffende gebieden.
8

Stadsvernieuwingsgebieden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Gelet op het bepaalde in art. 3 van de wet, waaruit volgt dat in stadsvernieuwingsgebieden aanwijzing van gronden ook mogelijk is indien geen sprake is van een met het vigerende bestemmingsplan strijdige winkel huren amsterdam zuidas situatie, en in aanmerking nemend dat art. 3 van de wet verwijst naar de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, welke wet in art. 1 lid 1 aangeeft dat stads- en dorpsvernieuwing niet alleen ziet op stedenbouwkundige, maar ook op sociale, winkel huren amsterdam wtc economische, culturele en milieuhygiënische aspecten, kan er ook in gevallen waarin de eigenaar van een pand de bereidheid heeft uitgesproken het pand zelf te renoveren en daarmee in overeenstemming te brengen met het vigerende plan, aanleiding bestaan de gronden aan te wijzen als gronden waarop de winkel huren hilversum wet van toepassing is.’ Volgt verwerping beroep. (ARRvS 17 maart 1993, nr. R03.89.1420)
In stadsvernieuwingsgebieden zijn volgens art. 3 WVGem verkopers van een onroerende zaak verplicht om voordat zij tot vervreemding overgaan, de gemeente in de gelegenheid te stellen de zaak te kopen. Burgemeester en wethouders moeten binnen acht weken na de melding bekendmaken of de gemeente de zaak in beginsel wenst aan te kopen tegen winkel huren dordrecht een nader overeen te komen prijs. Vervolgens moet over een redelijke prijs worden onderhandeld. De verkoper kan via de rechter het oordeel van deskundigen vragen.